De Arbeidstijdenrichtlijn (Richtlijn 2003/88/EG) is de laatste tijd een veel besproken onderwerp. Onlangs besprak ik nog de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat voor de schade die werknemers hebben geleden als gevolg van onjuiste implementatie van deze richtlijn c.q. de in het verleden van toepassing zijnde nationale vakantiedagenwetgeving. 

De Arbeidstijdenrichtlijn ziet op de minimumaanspraken die een werknemer heeft, maar daarin wordt niets geregeld over aanvullende door de werkgever aan de werknemer toegekende aanspraken. Daarover bestaat nu (meer) duidelijkheid. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk op 3 mei jl. een interessant arrest[1] gewezen over aanvullende aanspraken op vakantie met behoud van loon.

Casus

De heer Neidel was sinds 1970 in dienst van de Stadt Frankfurt am Main in Duitsland. Aanvankelijk in de functie van brandweerman en laatstelijk in de functie van hoofdbrandmeester, in welke functie de heer Neidel onder het ambtenarenstatuut viel.

Vanaf 12 juni 2007 was de heer Neidel wegens medische redenen arbeidsongeschikt en eind augustus 2009 ging hij met pensioen.

Omdat de normale werkweek van brandweermannen afwijkt van de 5-daagse werkweek, bedroeg de aanspraak op vakantie voor de heer Neidel in de jaren 2007 – 2009 telkens 26 dagen. Daarnaast had de heer Neidel recht op compensatieverlof voor feestdagen.

De toepasselijke Duitse regelgeving schrijft voor dat vakantie in beginsel opgenomen dient te worden in het jaar waarin de dagen zijn toegekend. In afwijking daarvan legt de regelgeving een overdrachtsperiode van 9 maanden vast, zodat ambtenaren hun aanspraak op vakantie pas verliezen, indien de opgebouwde vakantiedagen niet binnen deze periode van 9 maanden na afloop van dat jaar worden opgenomen.

De heer Neidel is van mening dat hij tussen 2007 en 2009 een aanspraak van 86 niet-genoten vakantie heeft opgebouwd, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 16.821,60 bruto, en de Stadt Frankfurt am Main verzocht om hem deze financiële vergoeding voor zijn niet-genoten vakantie uit te betalen. Zijn verzoek is afgewezen, omdat het Duitse ambtenarenrecht niet voorziet in de uitbetaling van niet-genoten vakantie, waarop de heer Neidel in beroep is gegaan.

Het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main, de administratieve rechtbank in Frankfurt am Main, waar het geding aanhangig was, heeft het Hof van Justitie diverse vragen voorgelegd.

Meer in het bijzonder wordt het Hof van Justitie de vraag gesteld of de Arbeidstijdenrichtlijn (1) geldt voor ambtenaren en (2) of de erkende aanspraak op een vergoeding slechts bedoeld is voor de jaarlijkse minimum vakantie aanspraak of dat die aanspraak zich ook uitstrekt tot aanvullende aanspraken op vakantie toegekend onder nationale recht.

Beoordeling

Ad 1 – Arbeidstijdenrichtlijn van toepassing op ambtenaren?

Als eerste merkt het Hof op dat de Arbeidstijdenrichtlijn in beginsel van toepassing is op alle – dus ook alle particuliere en openbare – sectoren, teneinde bepaalde aspecten van de arbeidstijd te regelen. Dit betekent dus ook dat de richtlijn van toepassing is op een ambtenaar die onder normale omstandigheden werkzaam is als brandweerman.

Het Hof legt verder uit dat de richtlijn wel voorziet in uitzonderingen op de toepassing ervan, maar deze uitzonderingen werden aangenomen met het enkele doel om de goede werking van de diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid, gezondheid en orde in omstandigheden van uitzonderlijke ernst en omvang te verzekeren.

Minimumaanspraak

Vervolgens brengt het Hof brengt in herinnering dat uit de richtlijn volgt dat alle werknemers recht hebben op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van tenminste 4 weken. Wanneer de arbeidsverhouding eindigt, is het daadwerkelijk opnemen van jaarlijkse vakantie met behoud van loon echter niet langer mogelijk. Het is precies omwille van deze onmogelijkheid dat de richtlijn, om te voorkomen dat een werknemer in een dergelijk geval van dit recht – zelfs in de vorm van een financiële vergoeding – verstoken blijft, de werknemer een recht toekent op een financiële vergoeding.

Het Hof is in onderhavige kwestie van oordeel dat bij pensionering de dienstbetrekking eindigt en oordeelt in dat kader dat een ambtenaar bij zijn pensionering aanspraak kan maken op een financiële vergoeding voor de jaarlijkse vakantie met behoud van loon die hij niet heeft opgenomen, omdat hij wegens ziekte niet heeft gewerkt.

Ad 2 – Vergoeding niet-genoten vakantiedagen ook van toepassing op aanvullende aanspraken?

Belangrijker in dit arrest is het oordeel van het Hof ter zake van de toekenning van vakantieaanspraken bovenop de minimumaanspraak van 4 weken, zoals die voortvloeit uit de nationale regels.

Het Hof oordeelt namelijk dat het is toegestaan dat nationale regeling niet voorziet in de uitbetaling van een financiële vergoeding wanneer de ambtenaar die met pensioen gaat die aanvullende aanspraken niet heeft kunnen doen gelden, omdat hij wegens ziekte niet heeft kunnen werken.

Het Hof brengt in herinnering dat de richtlijn slechts minimumvoorschriften vaststelt, die het recht van de lidstaten om voor de bescherming van de werknemers gunstigere bepalingen van nationaal recht toe te passen onverlet laten. Nationaal recht mag dus voorzien in een recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon van meer dan 4 weken onder de in die nationale bepalingen vastgestelde voorwaarden.

Gelet hierop is het Hof van oordeel dat de lidstaten zelf mogen beslissen of zij ambtenaren aanvullende aanspraken op vakantie toekennen en voor de ambtenaar die met pensioen gaat, al dan niet kunnen voorzien in een aanspraak op een financiële vergoeding, indien een ambtenaar deze aanvullende aanspraken niet heeft kunnen doen gelden, omdat hij wegens ziekte niet heeft gewerkt.

Conclusie

Een ambtenaar heeft bij zijn pensionering dus recht op een financiële vergoeding wanneer hij wegens ziekte zijn recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen uitoefenen. De minimumaanspraak dus.

Voor wat betreft de eventuele aanvullende aanspraken op vakantie met behoud van loon, kan de nationale regeling de betaling van een financiële vergoeding uitsluiten.

De vraag is natuurlijk of de nationale wetgever hiermee iets doet…